vrijmoedigheid tegenover angst

Wat als ik wél had gedurfd?

"Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust." (Psalm 22:2-3)

Herkenbare woorden van David. Niet alleen omdat Jezus deze woorden citeert wanneer Hij aan het kruis hangt. Maar ook, omdat het voor mij ook echt wel eens zo voelt. Dan zoek ik God, maar Hij lijkt niet te antwoorden.

Op een avond werd ik me er van bewust, dat God misschien wel antwoordt, maar dat ik voorbij loop aan zijn antwoord! En daarom herken ik me ook in andere woorden van David: "Ik prijs de HEER die mij inzicht geeft, zelfs in de nacht spreekt mijn geweten." (Psalm 16:7)

God brengt me soms ineens tot bepaalde inzichten. Door iets dat ik lees in de Bijbel, door iets wat iemand zegt, door een lied, door een gebeurtenis of door een combinatie van deze dingen. Zo ook die ene avond ...

Versteend

Op die bewuste dag was ik 's ochtends met de trein op weg naar een sollicitatiegesprek. Ik zat op dat moment zonder werk en zocht daarin al lange tijd ook Gods weg. Waar wil Hij mij hebben? Op welke plek mag ik vrucht dragen voor Hem?

Terwijl ik in de trein zat en rond keek naar al die verschillende mensen om mijn heen, dacht ik er over na hoe het zou zijn om twee maal daags deze rit te maken. Zou het niet een manier van God kunnen zijn om mij onder de mensen te brengen? Om mij met mensen in aanraking te brengen, die het evangelie moeten horen? Hoe bijzonder zou dat zijn! Reizend naar mijn werk  of weer naar huis Gods licht laten schijnen en Zijn liefde laten stromen.

Aangekomen op de plaats van bestemming liep ik door de stationshal. Mijn oog viel op een man, die midden in het looppad stond. Hij leek wel versteend. Hij stond daar doodstil en staarde voor zich uit. 'Deze man heeft hulp nodig' ging er door me heen! 'Je zoekt mensen, die Jezus nodig hebben? Die het evangelie moeten horen? Hier heb je er één!'

Tegelijkertijd kwamen er ook andere gedachten boven: 'Wie weet wat voor man het is! Straks ontstaat er een heel drama! Wat zou ik ooit tegen hem moeten zeggen? En ik ben wel op weg naar een sollicitatiegesprek. Ik heb geen idee waar de bus staat die ik straks moet pakken. En ik kan het me niet veroorloven om te laat te komen.' En dus liep ik, hoewel ik eigenlijk nog tijd genoeg had, de man voorbij ...

Het sollicitatiegesprek werd een flop! De sfeer was direct al heel kil en zakelijk en al heel snel werd duidelijk, dat we geen goede match waren. En dus stond ik letterlijk na een kwartier al weer buiten; totaal verbijsterd! Nu was het mijn beurt om aan de grond genageld te staan en raasden de mensen aan mij voorbij.

Koninkrijk van God

's Avonds bezocht ik een leerhuisbijeenkomst met als thema 'De Heilige Geest en het Koninkrijk'. De derde avond in een serie van vier over het Koninkrijk van God. Het ging over de noodzaak om de Geest niet alleen feitelijk te leren kennen, maar vooral ook Zijn kracht te gebruiken. Over de zalving met de Heilige Geest, die je de autoriteit én de mogelijkheden geeft om als profeet, priester en koning op te treden en Gods Koninkrijk in woord én daad zichtbaar te maken.

We spraken er over hoe bepaalde gaven van de Geest gewoon niet gebruikt worden door veel christenen en in veel kerken. Het ging over het feit, dat we wel het evangelie van vergeving van zonden prediken, van verzoening, verlossing en redding, maar niet het evangelie van het Koninkrijk!

Jezus deed niet anders dan Gods Koninkrijk verkondigen en met die opdracht stuurde Hij ook Zijn discipelen op pad! "Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. Daarna zond hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen." (Lucas 9:1-2)

Marcus schrijft: "Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’" (Marcus 16:17-18)

Menselijke beperkingen

Is dat inderdaad hoe ik herkenbaar zijn in deze wereld? En natuurlijk staat er nog veel meer in de Bijbel; zijn er nog veel meer kenmerken van geloof. En moet je dan allemaal al die kenmerken hebben of ... Je kunt er eindeloze discussies over houden. Feit blijft, dat bepaalde gaven van de Geest vrijwel niet zichtbaar zijn in ons dagelijkse leven. Er is angst, twijfel. Wat als ik iemand de handen opleg en genezing uit spreek en er gebeurt niets? Wat als ik demonen aanspreek en er gebeurt niets? Wat als ...

En daar kunnen we vervolgens weer mooie theorieën op los laten. Niet alles van toen is ook voor nu. Niet elke gelovige hoeft al die gaven te hebben. Enzovoort ... De meeste van de mitsen en maren kom ik niet in de Bijbel tegen! Het zijn eerder mooie theorieën om ons straatje schoon te vegen.

En als ik eerlijk ben: het voelde prima en veilig! Het was uitermate comfortabel! Maar het is niet wat in de Bijbel staat. Ik moest denken aan de woorden van Jezus: "Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? (Matteüs 9:5)

Het eerste is niet controleerbaar. Het tweede wel! En daarom laat Jezus de verlamde man weer lopen. Zo toont Hij Zijn autoriteit om te genezen én om zonden te vergeven. En is elke gelovige niet gezalfd met dezelfde Geest? Woont Hij niet in ons en hebben wij in Hem niet dezelfde autoriteit? Waarom leggen we onszelf dan als christenen zoveel beperkingen op?

Wat als ...

Eenmaal thuis kwam plots die versteende man op het station in mijn gedachten. En het was alsof ik met een moker werd geslagen! Wat als ik deze man wél had aangesproken? Wanneer ik hem aandacht had gegeven, liefde misschien en woorden van God over hem had uitgesproken? Wat als ik wél had gedurfd? Wanneer ik mijn angst, mijn zorgen, mijn plannen en de angst om te laat te komen het niet had laten winnen? Wat als ik de Geest door mij heen Zijn werk had laten doen? Wat als ik daar op dat moment Gods Koninkrijk verkondigd had? Misschien had het voor altijd het leven van deze man veranderd!

En zou het zo kunnen zijn, dat het floppen van mijn sollicitatiegesprek geen toeval was; geen op zich zelf staand feit? Zou het kunnen zijn, dat God mij hiermee een belangrijke les wilde leren?

Die avond ben ik op mijn knieën gegaan; in tranen. Ik kon niet anders ... Ik heb God beleden, dat ik wekenlang gebeden had om door Hem gebruikt te mogen worden, maar de eerste de beste kans voorbij had laten gaan. Beleden dat ik alles in de hand had willen houden. Dat ik mijn plannen boven Zijn plan had gesteld. Ik heb gevraagd of God mij te hulp wilde komen in mijn ongeloof.

Die nacht werd ik midden in de nacht plotseling wakker met Mattheüs 6:33. Ik wist niet wat er stond. Maar het was zó sterk, dat ik wilde weten wat er stond. En dus deed ik een lampje aan, pakte mijn Bijbel en zocht het op.

"Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden." (Matteüs 6:33) Dwars door deze tekst heen sprak God tot mijn hart: 'Hoe kan ik je die andere dingen schenken, wanneer jij Mijn Koninkrijk niet zoekt? Wanneer je mensen voorbij loopt, die ik op je pad zet. Als jij je duk gaat maken om Mijn dingen, dan ga Ik Me wel druk maken om jouw dingen.'

Ineens viel alles pijnlijk op zijn plek! Net als die man op het station met lege handen achter bleef, stond ook ik met lege handen.

En ja, ik kon allerlei mooie theorieën opzetten om mezelf vrij te pleiten of argumenten vinden om deze twee gebeurtenissen geheel los van elkaar te zien. Maar ik kon Gods stem niet langer negeren. Ik kon niet langer bidden "Uw wil geschiede" en vervolgens mijn wil laten geschieden. In alles voelde ik dat de tijd van excuses en uitvluchten verzinnen voorbij was.

Doof en blind

Zoekend in de Bijbel kwam ik terecht in Jesaja 42. Hij spreekt daar namens God deze woorden tegen Israël: "Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie! Is er iemand zo blind als mijn dienaar, zo doof als de bode die ik zend? Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk, blind als de dienaar van de HEER? Het ziet veel, maar onthoudt niets, het heeft zijn oren open, maar hoort niets." (Jesaja 42:18-20) 

God heeft zoveel gedaan om Zijn volk weer naar Zich toe te trekken. Hij heeft gezwegen en gesproken. Hij gaf tegenspoed en voorspoed. Hij stuurde vijanden en Hij gaf vrede. Maar wat God ook deed, ze bleven hun eigen weg gaan. Het is alsof God hen hier smeekt: 'Luister dan! Kijk dan!'

God wil niets liever dan dicht bij Zijn volk en bij zijn kinderen zijn. Het snijdt door Zijn ziel wanneer Hij mensen hoort roepen: "Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust." (Psalm 22:2-3) Maar Gods tegenvraag is: 'Luisteren jullie dan ook naar wat Ik jullie antwoord? Hebben jullie wel oog voor wat ik allemaal voor jullie doe?'

En dat is ook de vraag die naar mijzelf toe komt vanuit deze tekst. Heb ik echt oog voor wat God mij laat zien? Luister ik echt naar wat Hij tegen mij zegt? Of kijk ik er langs heen, omdat ik gericht ben op wat ik graag zou willen zien? Of hoor ik alleen wat ik wil horen. Naar dat wat past in mijn straatje of wat past bij mijn idealen. Hoe oprecht deze ook kunnen zijn.

Geketend en gevangen

Maar de woorden die God sprak tegen Zijn volk, spreekt Hij ook tegen mij: "Eens schepte de HEER er behagen in om de kracht van zijn onderricht te tonen omwille van zijn rechtvaardigheid. Maar nu is het volk beroofd en geplunderd, zijn jonge strijders zijn geketend en in de gevangenis gegooid. Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt; ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’ Is er iemand onder jullie die dit hoort, die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt?" (Jesaja 42:21-23)

God wil niets liever dan krachtig door mij heen werken! Maar er zijn aan mijn kant zoveel belemmeringen; dingen die dat tegen houden. Angsten die mij als het ware gevangen houden. Ervaringen die mij van mijn vrijmoedigheid hebben beroofd. En ik heb me daar gaandeweg bij neer gelegd. Ik ben een 'geketende strijder' geworden. En ik geloof, dat God mij door de versteende man op het station en alle andere gebeurtenissen op die dag met de neus op die feiten heeft gedrukt.

Maar Jesaja gaat nog verder ... Voor Israël was (en is!) er een weg terug! Voor iedereen is er een weg terug. Waarom? Omdat God onvoorstelbaar veel van hen houdt en van ons houdt! En daarom zegt Hij tegen Israël, maar in hen ook tegen mij:

"Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. Want ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil ik in tegen jou. Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. Wees niet bang, want ik ben bij je." (Jesaja 43:1-5)

Bevrijd

God neemt geen genoegen met mij als "geketende, gevangen strijder". Hij wil mij inzetten voor Zijn Koninkrijk. En daarvoor gaf Hij Zijn Zoon en Zijn Geest.

Paulus schrijft: "Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst." (Galaten 5:13, Galaten5:16, Galaten 5:24-25)

Vrij in Christus en geleid door de Geest. Dát is mijn identiteit! En die dag leerde God mij, dat en het werd tijd om daar meer naar te gaan handelen. Tijd om niet alleen te belijden met mijn mond, maar ook in mijn handelen.

Dank aan God voor Zijn pijnlijke, maar o zo wijze les ... "U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde." (Psalm16:11) Heer, laat mij niet langer doof, blind of stom zijn! Laat me horen, zien én spreken! Bevrijd me van angst, twijfel, onzekerheid, mijn negatieve zelfbeeld, van theologie, menselijke redenatie en al het andere dat me belemmert. Bevrijd mij en wek mij tot leven. "Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht." (Psalm 36:10 )