witte kleren

Jezus geeft je nieuwe kleding

Onlangs hoorde ik een preek over Genesis 3:9: "Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’"

Het zette mij aan het denken en bleef mij bezig houden. Adam en Eva hadden alles wat ze nodig hadden. Maar satan fluisterde hen in, dat er nóg meer te halen viel.

"‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’ "(Genesis 3:4-5)

Inderdaad, er was meer dan ze hadden. Eén hap van de vrucht die hen verboden was, was genoeg om het zich toe te eigenen. En dat doen ze dan ook. Wat satan hen voorspiegelde won het van de waarschuwing die God hen had gegeven. Maar het brengt ze niets dan ellende. En de belofte van satan bleek een leugen en Gods waarschuwing bleek waarheid te zijn.

Naakt

Het volmaakte leven in Gods nabijheid is verdwenen; kapot gemaakt. En de gevolgen zijn direct merkbaar; zowel in hun relatie met God als in hun onderlinge relatie. Adam en Eva zagen elkaar zoals God hen zag: volmaakt. Nu dat leven in Gods licht kapot gemaakt is, kunnen ze ook niet langer onbevangen naar elkaar kijken.

"Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van." (Genesis 3:7) 

Juist die delen van het lichaam, die God gemaakt heeft om als man en vrouw een lichamelijke eenheid te vormen, willen ze nu voor elkaar bedekken! Ineens ligt er een sluier over deze eenheid. Man en vrouw trekken zich van elkaar terug; er is schaamte. En als God naar hen toe komt, verstoppen ze zich ook voor Hem! Elke relatie is kapot gemaakt!

"Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’" (Genesis 3:9) God legt zich niet neer bij de situatie! Hij roept ze weer tevoorschijn. En: "God, de HEER, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan." (Genesis 3:21)

De dood deed zijn intrede in de schepping. Er moest bloed vloeien. Dieren werden opgeofferd om het kwaad te bedekken. Daarna zouden er nog vele dierenoffers volgen. Tot het moment Jezus, het Lam, geofferd zou worden door te sterven aan het kruis.

Man en vrouw

In Marcus lezen we, dat Jezus zegt: "Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één." (Marcus 10:6-8)

Om samen één te zijn, seksuele omgang te hebben met elkaar, moet je je voor elkaar ontkleden. Je geeft je letterlijk bloot aan elkaar. Maar lichamelijk één worden, kan niet zonder geestelijk één worden. Je hecht je aan elkaar. Daarvoor is veiligheid nodig. En die veiligheid is er sinds de zondeval niet meer. Adam en Eva schaamden zich immers voor elkaar? Ze bedekten hun lichaam juist voor elkaar in plaats van zich aan elkaar bloot te geven!

In deze tekst uit Marcus, grijpt Jezus terug op de schepping van man en vrouw. Hierin zien we de basis voor de instelling van het huwelijk. Man en vrouw die samen een eenheid gaan vormen, nadat ze elkaar trouw beloven. Alleen binnen die veilige setting, kun je je met een gerust hart aan elkaar bloot geven, zowel geestelijk als lichamelijk.

Omkleed met Christus

Maar het gaat nog een laag dieper. Want in die eenheid tussen man en vrouw, wordt de eenheid tussen Christus en Zijn kerk, Zijn bruid, weerspiegeld. Het beeld van man en vrouw die samen een eenheid vormen, de meest intieme relatie hebben met elkaar, is ook het beeld van de relatie die God met mensen wil hebben.

Hiervoor moest Jezus sterven aan het kruis. Door Zijn dood, door Zijn bloed worden onze zonden teniet gedaan. Christus omkleedt ons als het ware. Hij maakt Zijn bruid weer rein en heilig. Waar dierenoffers slechts tijdelijk verzoening konden brengen, kan het offer van Jezus dat voor eens en altijd.

En omkleed met Christus kunnen wij weer in Gods nabijheid komen. Want Hij kijkt naar ons in Christus. "God schenkt vrijspraak aan allen die in Jezus Christus geloven. En er is geen onderscheid. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost." (Romeinen 3:22-24)

In Gods nabijheid

We zien dit eigenlijk al afgebeeld in het Oude Testament bij de priesters. In Exodus 28 schrijft God nauwkeurig voor hoe de priesters gekleed moeten worden. "Ze moeten de volgende kledingstukken maken: een borsttas, een priesterschort, een bovenkleed, een stevig geweven tuniek, een tulband en een gordel. Voor zowel Aäron als zijn zonen moet heilige kleding worden gemaakt, omdat ze mij als priester moeten dienen." (Exodus 28:4) "Laat je broer Aäron en zijn zonen deze kleding aantrekken en zalf hen; zo wijd je hen en heilig je hen om mij als priester te dienen. Je moet ook linnen broeken voor hen maken die hun geslachtsdelen bedekken; ze moeten van de heupen tot op de dijen reiken. (Exodus 28:41-42)

Net zo als Adam en Eva zorgvuldig gekleed werden door God, worden de priesters dat ook. Juist zij die speciaal zijn aangewezen om tussen God en mensen in te staan. God neemt de schaamte weg. Zorgvuldig gekleed hoeven zij zich niet meer voor God te verstoppen. En zo mogen ook wij, bedekt door Christus, God weer onder ogen komen, zoals Adam dat eens kon.

Dank zij Christus staat de mens weer anders in het leven! Met Hem bekleed zijn we weer als nieuw. Sterker nog: daardoor lijken we op Hem! Het kan niet anders of dat heeft gevolgen voor heel ons doen en laten.

Ook Job heeft dit begrepen: "Ik kleedde mij in gerechtigheid en deze kleedde mij, het recht was mij een mantel en een tulband. (Job 29:14) Je moet het aantrekken, maar als je het dan aan hebt verandert het hoe je in het leven staat.

Elkaar kleden

Als je weet dat je met Christus bekleed bent en zo weer in Gods nabijheid kunt zijn, dan gun je dat ook een ander! Toch?

Zou Jezus dát niet bedoelen, wanneer hij zegt: "Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” (Mattheüs 25:35-36)

Je laat een ander niet naakt rondlopen, maar je geeft hem kleren; letterlijk, maar ook figuurlijk, geestelijk! Paulus zegt: "Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt." (Kolossenzen 3:12, 14)

Het kán niet zo zijn, dat je door Jezus nieuw leven ontvangt en je weer in Gods nabijheid kunt komen, maar dat je omgeving daar niets van merkt!

En als je in Christus blijft, als Jezus Heer is in je leven en je Hem blijft volgen, dan hoef je je geen zorgen meer te maken over hoe je je zult kleden, zowel in letterlijke zin als in geestelijke zin. Dat heeft Hij namelijk al gedaan! "Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen?" (Lucas 12:28) Hij zal voorzien in wat je nodig hebt.

Onderkleed

Jezus stierf aan het kruis om ons te bekleden. Bijzonder, dat bij die kruisiging kleding opnieuw een rol speelt! In Marcus lezen we een bijzonder voorval rond Jezus' gevangenneming. "Toen lieten allen hem in de steek en vluchtten weg. Een jongeman, die alleen een linnen kleed aanhad, probeerde bij hem te blijven, maar toen ook hij werd vastgegrepen, liet hij het kleed in hun handen achter en vluchtte naakt weg." (Marcus 14:50-52) Juist de jongeman, die Jezus wil blijven volgen, blijft naakt achter.

"Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden." (Johannes 19:23-24)

Jezus hangt dus letterlijk naakt aan het kruis. Maar Hij kan (en wil!) niet vluchten. Want met Zijn naaktheid zou Hij onze naaktheid bedekken. Zodat wij niet meer hoeven te vluchten.

Dat juist het kledingstuk dat Jezus' naaktheid bedekte heel gelaten werd, is dan ook wel weer bijzonder. Een vooruitwijzing naar de nieuwe kleren die we eens zullen ontvangen.

"Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen." (Openbaring 3:5)

Kleed je goed aan!

Jezus laat niet naakt achter wie hem wil volgen! We gaan door Hem gekleed door het leven. Letterlijk, maar ook figuurlijk. We hoeven ons niet langer voor God te verstoppen, maar mogen elke dag in Zijn nabijheid zijn.

Maar zoals eens Adam en Eva van hun onschuld beroofd werden, zo probeert satan dat ook bij ons. Daarom is het belangrijk ons voortdurend goed aan te kleden. Heel bewust Christus aantrekken om zo beschermd te zijn.

Paulus zegt het zo: "Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden." (Efeziërs 6:10-17)

En zo mogen we dan, goed gekleed, uit kijken naar de dag, dat we in stralend witte kleren voor Gods troon zullen staan. "Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam." (Openbaring 7:9) Wat een geweldig vooruitzicht!