rod-long-XY1LmQmYqUQ-unsplash

Mens met een Missie

Onlangs mocht ik met anderen nadenken over 'missionair' zijn. Wat is dat eigenlijk? En hoe geven we daar in deze tijd, in deze maatschappij en in de wereld van nu vorm aan? Min of meer vanzelfsprekend ga je dan terug kijken ...

Hoe zijn kerken daar in de loop van de geschiedenis mee bezig geweest? Hoe zijn dingen ontstaan? Welke lessen trekken we daar uit voor nu? Wat zijn de uitdagingen waar we in deze tijd voor staan? En zo zijn er vele vragen te stellen als het gaat om 'missionair' zijn.

Ben je 'missionair' dan wil dat zeggen, dat je een 'missie' hebt. Je hebt een taak, een opdracht te volbrengen. Dat betekent automatisch ook, dat je met een opdrachtgéver te maken hebt.

Ook Jezus was een man met een missie. Opvallend is, dat in het Johannes-evangelie dit vele malen wordt benadrukt.

Het is belangrijk om te weten, dat de vier evangeliën vanuit verschillende perspectieven zijn geschreven. Johannes schrijft heel erg vanuit het perspectief, dat Jezus Gods Zoon is. In zijn evangelie richt hij zich heel sterk op de oudere gelovigen, juist ook om ze te bemoedigen om de waarheid vast te houden. En blijkbaar is het voor Johannes heel belangrijk om in dat kader te benadrukken, dat Jezus de 'Gezondene' is. En daarom vinden we in zijn evangelie veel citaten waarin Jezus hier over spreekt.

Gestuurd met een opdracht

Jezus doet een aantal hele belangrijke uitspraken over de relatie tussen Hemzelf, als Gezondene, als degene die een missie heeft uit te voeren, en Zijn Vader, de Zender en Opdrachtgever:

  • De Gezondene gaat niet uit zichzelf op missie, maar wordt gestuurd. - "Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden." (Johannes 8:42)
  • De Gezondene is ondergeschikt aan de Zender en is er op uit om Zijn wil te doen. - "Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft." (Johannes 5:30) "Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft." (Johannes 6:38)
  • De Gezondene stelt altijd de Zender centraal. - "Als Ik van Mijzelf getuig, is Mijn getuigenis niet waar." (Johannes 5:31)
  • In het werk van de Gezondene wordt zichtbaar dat Hij inderdaad een Gezondene is en werkt in opdracht van iemand anders. - "De werken die de Vader Mij gegeven heeft om die te volbrengen, juist die werken die Ik doe, getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft." (Johannes 5:36)
  • De Zender getuigt vooraf over de Gezondene. Zijn missie is aangekondigd. - "Er is een Ander Die van Mij getuigt, en Ik weet dat het getuigenis dat Hij van Mij getuigt waar is." (Johannes 5:32) "De Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd." (Johannes 5:37a) "Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij." (Johannes 6:45)
  • Wat de Gezondene zegt over Zichzelf komt overeen met wat de Zender over Hem zegt. - "En er staat ook in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is. Ik ben het Die van Mijzelf getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij." (Johannes 8:17-18)
  • Het initiatief ligt bij de Zender - "Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen." (Johannes 6:37) "En dit is de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag." (Johannes 6:39) "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag." (Johannes 6:44)
  • De Gezondene leeft vanuit de Zender. - "Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij." (Johannes 6:57)
  • De Gezondene handelt en spreekt wat de Zender Hem geleerd en opgedragen heeft. De Gezondene is één met de Zender. - "En als Ik al oordeel, Mijn oordeel is waar, want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, Die Mij gezonden heeft." (Johannes 8:16) "Wanneer u de Zoon des mensen verhoogd zult hebben, zult u inzien dat Ik het ben, en dat Ik vanuit Mijzelf niets doe, maar dat Ik die dingen spreek zoals Mijn Vader Mij heeft onderwezen. En Die Mij gezonden heeft, is met Mij. De Vader heeft Mij niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hem welgevallig is." (Johannes 8:28-29) "Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft." (Johannes 12:49-50)

Jezus benadrukt telkens weer, dat Hij als Gezondene geen bestaansrecht heeft zónder de Zender. In de Gezondene wordt de Zender zichtbaar. Tegen Filippus zegt Jezus: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." (Johannes 14:9b) Dat heeft dus directe gevolgen voor hoe we naar Hem als Gezondene kijken.

Jezus als voorbeeld

Ook daarover doet Jezus belangrijke uitspraken. Hij legt de mensen tegen wie hij spreekt, en ook ons als lezers, uit hoe we naar Hem als Gezondene en naar Zijn missie moeten kijken:

  • We moeten Hem, als Gezondene eren, want zo eren we de Zender. - "Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet, Die Hem gezonden heeft. "(Johannes 5:23)
  • In het werk van de Gezondene, in de uitvoering van Zijn missie, wordt de wil en het het plan zichtbaar dat de Zender geeft. Zonder daar naar te kijken en dat te geloven zullen we geen zicht krijgen op de bedoelingen van de Zender. - "U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft. U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt." (Johannes 5:37b-40) "En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag." (Johannes 6:40)
  • Alleen de Gezondene heeft met eigen ogen de Zender gezien. We kunnen dus niet buiten Hem om. - "Niet dat iemand de Vader gezien heeft, behalve Hij Die van God is; Híj heeft de Vader gezien." (Johannes 6:46)
  • Verwerpen we de Gezondene, dan verwerpen we de Zender. - "Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft." (Johannes 14:24)

Alles wat Jezus, de Gezondene, doet en zegt, komt rechtstreeks bij de Vader, de Zender vandaan. Zou Jezus Zijn Vader uit het oog verliezen, dan wordt het Zijn eigen missie en is het niet meer de missie van de Vader. Dan zou Hij niet meer als Gezondene opereren, maar zou het Zijn eigen ding worden. Dan zou Hij met zijn eigen plannen bezig zijn.

En daarom is het ook niet verwonderlijk, dat we lezen, dat Jezus telkens weer de stilte op zoekt en gaat bidden. Afstemming zoeken met Zijn Zender. Zijn wil zoeken. Een indrukwekkend voorbeeld lezen we vlak voor dat Jezus gevangen wordt genomen: "En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt." (Mattheüs 26:39)

Het stokje doorgeven

Tegen het einde van het Johannes-evangelie zien we een soort omslag komen. Jezus wijst eerst Zijn leerlingen en toehoorders er op, dat Hij en de Vader één zijn. Hij wil hen allereerst bewust maken van Zijn eigen positie.

Maar vervolgens richt Jezus de aandacht op de mensen, die in Hem geloven. Jezus weet, dat Hij Zijn opdracht, Zijn missie, bijna heeft voltooid. Hij weet ook, dat het plan van Zijn Zender nog niet klaar is. Het plan gaat verder! En dus zijn er nieuwe gezondenen nodig!

In Johannes 17 lezen we een indrukwekkend gebed van Jezus, waarin we lezen hoe Hij eigenlijk de missie overdraagt aan ieder die in Hem gelooft. Hij zegent hen als het ware in met Zijn gebed. Jezus geeft het stokje door aan Zijn leerlingen.

Mensen met een missie

Jezus draagt de missie over, althans voor dat wat hier op aarde moet gebeuren: "Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang de Heilige Geest. Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend." (Johannes 20:21-23)

Hij vat nog even de missie voor Zijn leerlingen samen: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen." (Mattheüs 28:18-20)

Niet langer is er Eén met een missie, maar zijn er velen met een missie! Vervuld met de Heilige Geest en met dezelfde autoriteit als Jezus. Iedereen die gelooft, dat Jezus de Zoon van God is, Hem aan neemt als Verlosser, zich bekeert en met Hem sterft, begraven wordt en weer opstaat, krijgt een nieuwe status: Mens met een Missie!

Gericht op de Opdrachtgever

Om als 'mens met een missie' mijn opdracht uit te kunnen voeren, zal ik heel goed naar Jezus zelf moeten kijken. Leven in verbondenheid met Hem én met de Zender zelf. Mijn wil ondergeschikt maken aan Zijn wil. De Zender centraal stellen in heel mijn leven. Er op vertrouwen, dat Hij zal voorzien in alles wat we nodig hebben. Voortdurend mijzelf en mijn woorden en daden spiegelen aan alles wat de Zender zegt en doet. Hem gehoorzaam zijn in alles.

Soms kan ik als mens zó opgaan in waar ik mee bezig ben, dat ik uit het oog verlies dat ik bezig ben in opdracht. Dat het niet mijn missie is, maar Gods Missie! Ik kan zo druk zijn met de missie zelf, dat ik de Zender uit het oog verlies. Niet eens zozeer bewust en soms heel ongemerkt. Geen tijd nemen voor Bijbelstudie, gebed, stille tijd. Mijn spreken en handelen niet toetsen aan Gods Woord. Ik betrap me er soms op, dat ik de Zender heb gereduceerd tot een vanzelfsprekendheid. Hetzelfde geldt voor het oog hebben voor de leiding door de Heilige Geest.

En dan heb ik het nodig om even helemaal terug naar af te gaan. Eerst weer afstemming zoeken met de Zender, eerst mijn wil en mijn plannen weer ondergeschikt maken aan Zijn wil. En dan pas verder ... niet met mijn missie, maar met Zijn Missie!

Wanneer ik de afstemming met mijn Zender verwaarloos, dan heeft dat direct gevolgen voor de Missie zelf. In de Bijbel kom ik verschillende personages tegen waarin ik me wel eens herken. Bijvoorbeeld de man in de gelijkenis, die het talent verstopte. (Mattheüs 25:14-30) Hij was meer met zichzelf bezig, dan met zijn missie. Angst voor oordeel verlamde hem.

Of de Schriftgeleerden en Farizeeërs: gericht op de missie, maar zó aan eigen regels gebonden, aan gewoontes en gebruiken, aan modellen, dat het niet meer draait om de Zender, maar om de missie zelf. Geen ruimte voor de Heilige Geest.

Of degenen met de blinde vlek, die zeggen: "Hebben we niet in Uw Naam ..." (Mattheüs 7:22) Uiterlijk met de Missie bezig, maar toch daarin de plank mis slaan, omdat ik me niet laat leiden door de wil van de Zender. Niet Zijn plan, maar mijn plan. Niet Zijn Wil, maar mijn wil.

Correctie nodig

Ik merk, dat ik dan correctie nodig heb en ook krijg. Soms door de Geest die me corrigeert, of door iets wat ik lees in de Bijbel, door een ander die mij er op aanspreekt of 'vermaant'. Of doordat ik met mijn hoofd tegen een muur loop en zo merk dat ik niet meer de juiste focus had.

En dan staat mij maar één ding te doen: terug gaan naar de Opdrachtgever! Waarom doe ik wat ik doe en voor Wie? Wat is Zijn wil? Tijd nemen om te lezen in hét Missie-handboek, praten met de Zender oftewel tijd doorbrengen met God! "Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden." (Mattheüs 7:7-8)

Ik moet denken aan een voetbaltrainer die ik eens hoorde praten. Het elftal verloor wedstrijd na wedstrijd. Spelers mopperden onderling en voelden elke wedstrijd een steeds grotere druk om te winnen. Dat kwam het spel niet ten goede. In plaats van de wedstrijden uitgebreid te analyseren, de fouten aan te wijzen, de opstelling bij te stellen, enzovoort, koos de trainer er voor om met het team op vakantie te gaan. Genieten van elkaar, van de omgeving en lekker ontspannen een balletje trappen.

Tijdens de eerst volgende wedstrijd was het elftal haast onherkenbaar! Ze speelden een geweldige wedstrijd en wonnen met gemak! Waar zat de verandering? In de passie! Gaandeweg waren de spelers de passie kwijt geraakt om allerlei redenen. De innerlijke drive werd belemmerd door omstandigheden. En dan kun je gaan analyseren, corrigeren of trainen wat je wilt, maar de effecten zullen nihil zijn. Als de passie ontbreekt, dan is het dweilen met de kraan open.

Het missiehandboek

Ik denk, dat dat ook geldt voor 'missionair zijn'. Wanneer ik merk, dat ik niet meer in beweging ben, geen vrucht meer zie, onzeker word, de neiging heb om het bijltje er bij neer te gooien, dan helpt het niet om van alles te gaan analyseren of bij te stellen. Ik heb ervaren, dat ik dan terug moet naar de passie. Naar dat waardoor ik in vuur en vlam ben gezet en door Wie!

"Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere." (Romeinen 6:22-23) Mezelf afvragen: Wat belemmert mijn passie en hoe reken ik daar mee af? Mezelf weer focussen op de Zender en op de Missie. God weer op de eerste plaats zetten en afsterven aan mijzelf.

En verder: Blijven lezen in het beste Missie-handboek dat er bestaat en tijd doorbrengen met de Zender. In de Bijbel lees ik het onderwijs van Jezus. Ik lees over het leven in de eerste gemeente, over de missiereizen van Paulus en de andere apostelen, over de internationale samenwerking tussen gemeenten en de manier waarop ze elkaar ondersteunden en bemoedigen. Over toerusting binnen de gemeente: "Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus." (Efeze 4:11-12)

Wat zou er gebeuren, wanneer we al onze brillen af zouden zetten? De theologische brillen, de religieuze brillen, de ervaringsbrillen of welke brillen dan ook ... En dan vervolgens het beste Missie-handboek aller tijden zouden openen en gaan doen wat er staat ...

Gods Woord doen

"Als er nu een broeder of zuster zonder kleding zou zijn en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel, en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan?" (Jacobus 2:15-16)

"Is iemand onder u in lijden? Laat hij bidden. Heeft iemand goede moed? Laat hij lofzingen. Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovig gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden. Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand. Broeders, als iemand onder u van de waarheid is afgedwaald en een ander doet hem terugkeren, weet dan dat hij die een zondaar van zijn dwaalweg doet terugkeren, een ziel zal redden van de dood en een menigte van zonden zal bedekken." (Jacobus 5:13-16,19-20) 

En zo zijn er nog vele, vele opdrachten in het Missie-handboek te vinden. Het Evangelie van het Koninkrijk in woord én daad. Ik geloof oprecht, dat wanneer we daar naar zouden gaan handelen we een ongekende opwekking mee zullen gaan maken.

Wereldwijd zal Gods Koninkrijk zichtbaar worden, nu nog onvolmaakt, gehinderd door de machten van het kwaad. Maar eens in volmaaktheid, op de dag dat Jezus terugkomt. "Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben." (1 Korinthe 13:12)

Ik als mens met een Missie, oog in oog met mijn Zender! Wat verlang ik naar dát moment!