vissers

Alles wat je nodig hebt is brood en vis!

Herken je dat? Dat je aan de ene kant een bepaald verlangen of een bepaalde roeping ervaart? Maar aan de andere kant je jezelf niet capabel voelt?

Ook de discipelen van Jezus kenden dat gevoel. Zelfs nadat Jezus hen twee aan twee er op uit gestuurd had om te verkondigen dat het Koninkrijk van God nabij gekomen was en God hun woorden bevestigde met tekenen en wonderen en ze daar helemaal vol van waren, zelfs toen nog voelden ze zich een moment later totaal onmachtig. Of ze even 5000 mensen te eten wilden geven ...

Nadat de discipelen een enerverende dag achter de rug hadden, wilde Jezus een rustige plek op zoeken met Zijn discipelen. Hij neemt ze mee naar Betsaïda, dat 'huis van vis' betekent, een vissersdorp. Maar de mensen komen massaal achter Hem aan.

"Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig." (Marcus 6:34) Jezus kan de enorme geestelijke honger niet negeren! Hij neemt alle tijd om hen geestelijk te voeden.

Menselijk denken

De discipelen worden na verloop van tijd zenuwachtig. "Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen.’ " (Marcus 6:35-36)

Al die mensen hebben eten nodig! Tijd om de bijeenkomst te beëindigen, zodat ieder in zijn eigen behoefte kan gaan voorzien! De discipelen komen met een heel praktisch plan.

Jezus plan is echter anders! "Geven jullie hun maar te eten!" (Marcus 6:37a) En dan slaat de paniek toe! "Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’ " (Marcus 6:37b) Wat een onmogelijk plan van Jezus! Dat is praktisch toch niet uitvoerbaar? En dan gaat Jezus nog een stapje verder! "Toen zei hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.' En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’ " (Marcus 6:38)

Andreas heeft een jongen gevonden, die 5 gerstebroden en 2 vissen bij zich heeft. "Maar wat betekenen die voor zovelen?" (Johannes 6:9) 'Daar kom je niet erg ver mee bij zo'n mensenmassa. Een verwaarloosbare hoeveelheid!' zullen de discipelen gedacht hebben. Ze zijn verblind door hun horizontale denken en kunnen niet verder kijken dan de vraag 'Hoe moeten wij(!) dit allemaal organiseren?!' Maar voor Jezus is het genoeg. Wat deze jongen bij zich heeft is meer dan genoeg!

Verander je focus

Deze geschiedenis staat vanouds bekend als de wonderbare spijziging. De NBV heeft 'het teken van de broden' er boven gezet. Ik denk, dat dat meer recht doet aan Jezus' bedoeling. Maar nog niet genoeg. Jezus doet nooit zomaar wonderen. Wanneer het puur om het wonder zelf zou gaan, om te laten zien wie Hij is, dan zouden we ongetwijfeld meer gelezen hebben over de reacties van de mensen. Bijvoorbeeld, dat er velen tot geloof kwamen. Maar daar over lezen we niets.

Daarom denk ik, dat Jezus hier vooral de discipelen op het oog heeft. Zijn eerste plan was immers om hen apart te nemen op een rustige plek. Hij wil hun blik, hun denken, veranderen. Een verandering tussen hun oren! Zij zien nu alleen maar de omstandigheden, de grote mensenmassa. Ze merken dat het einde van de dag nadert en er gegeten moet worden. 'Hoe gaan we dit organiseren?' Ze hebben er al heel praktisch over nagedacht gezien hun opmerking over de 200 denarie. Geld, dat ze waarschijnlijk niet hadden.

Jezus wil hen echter laten kijken vanuit een ánder perspectief. Kijk nu eens wat er is! Er is brood en vis. Op het eerste oog gewoon het dagelijkse voedsel, zeker in die streken. Ze zijn in Betsaïda, 'huis van vis'! Maar Jezus wil, dat ze verder kijken dan dat! En wij met hen! Voor deze geschiedenis aan heeft Hij namelijk al meer over 'brood' gezegd en ook over 'vis'.

"Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ (Matteüs 4:4) Denk niet dat je er bent, wanneer je je maag kunt vullen met brood. Alleen Gods woord, het Levende Woord, oftewel Christus, kan pas echt verzadigen. En in die lijn moeten we mijns inziens ook de bede uit het Onze Vader interpreteren. "Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben." (Matteüs 6:11) Vul ons elke dag met het Levende Woord. Oftewel: laat ons elke dag vol zijn van Christus!

Ook Jezus' opdracht voor de discipelen aan het begin van Marcus 6 past in die lijn: "Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok." (Marcus 6:8) Hij wil dat ze zich geen zorgen maken om eten, drinken, kleding, enzovoort. Zij moeten zich bezig houden met datgene waarvoor ze geroepen zijn!

Geen zorgen

Die les lezen we ook in Matteüs 6: "Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last." (Matteüs 6:25, 30-34)

Brood en vis

Terug naar het brood en de vis. Met het brood herinnert Jezus Zijn leerlingen aan wie Hij is: het Levende Woord. Maar met de vis herinnert Hij hen ook aan hun roeping! "Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ " (Marcus 1:16-17)

Vissen als symbool voor mensen, die Gods redding nodig hebben. Redding door het offer van Christus. Dat is de boodschap die Jezus komt brengen. En dat is de boodschap die zijn leerlingen in navolging van Hem mogen doorgeven.

En waar we Jezus brengen, daar is veel 'vis' te vangen! Hij is niet alleen het Levende Woord, maar ook het Levende Water. En waar dát water is, daar is leven! "Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Van Engedi tot En-Eglaïm zullen er vissers staan, en er zullen droogplaatsen voor netten zijn. Er zullen net zo veel soorten vis zijn als in de Grote Zee. (Ezechiël 47:9-10)

"We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen." (Matteüs 14:17) Wat zitten de discipelen er ver naast met deze opmerking! Want alles wat die grote mensenmassa nodig heeft, is aanwezig: Levend Brood en Levend Water! En dus een heleboel 'vis' om te vangen!

Waar ligt onze focus?

Wat is  ons antwoord, wanneer Jezus zegt: 'Geven jullie hen maar te eten.'? Zeggen wij ook: 'We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.'? Of: 'Daar hebben we toch een commissie of werkgroep voor?' Of: 'Wij zijn als zo druk en hebben nu al te weinig mensen. En hoe moeten we dat betalen, terwijl er nu al te weinig binnen komt aan financiële bijdragen?! We kunnen toch niet de zorg voor al die mensne op onze nek nemen?'

Wat zeggen wij als Jezus ons roept om het evangelie te verkondigen? 'Ik ben niet geschikt? Zomaar mensen aanspreken? Dat kan ik echt niet. Anderen kunnen dat veel beter. Anderen in de gemeente doen dat al.'

Net als toen tegen de discipelen zegt Jezus ook tegen ons: 'Kijk eens goed om je heen naar wat je hebt! Kijk nu eens naar dat waar het wérkelijk om gaat! Hebben jullie oog voor Mij: het Levende Woord en het Levende Water! Ik ben in jullie midden! Kijk eens wat er is: brood en die vis!'

En dan kunnen we maar één ding doen: Samen opstaan en de netten uitgooien! Dat zit hem niet in een prachtig beleidsplan, een goed opgetuigde werkgroep, een geweldige organisatie. Nee, het zit tussen onze oren! Of beter gezegd: in ons hart!

Door de Heilige Geest geeft Jezus ons alles wat nodig is. Het is niet de verantwoordelijkheid van een groepje welwillende broers en zussen, maar van ons allemaal samen en ieder persoonlijk! Zeggen we het Simon na? "Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen." (Lucas 5:5) 

Telkens als we uitreiken naar iemand om, met de middelen die God ons geeft, iets van het evangelie te delen, delen we een stukje van het levende brood. Zoals de discipelen maar door konden gaan met uitdelen aan de grote menigte, en er meer dan genoeg was voor iedereen, zo mogen wij dat ook doen. Uitdelen van wat we eerst zelf ontvangen hebben.

En als we zo Jezus volgen zullen we niet beschaamd staan! "En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren." (Lucas 5:6) Dan kunnen we niet anders dan net als Simon op onze knieën vallen: "Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; (Lucas 5:8-9) 

Beschikbaar zijn, vertrouwen hebben, gebruiken wat we hebben ... en dan zal Jezus onze netten vullen!